De Morele Omkering
Waarom het Westen Israël veroordeelt en Hamas verontschuldigt
De afgelopen maanden heeft zich in Nederland een merkwaardig en verontrustend schouwspel ontvouwd. Bijna dagelijks trekken pro-Palestijnse demonstraties door onze straten. Universiteiten worden bezet. Pleinen veranderen in podia voor slogans die steeds minder met humanitaire bewogenheid en steeds meer met politieke agitatie van doen hebben. Politici en opiniemakers spreken ondertussen steeds openlijker over boycots van Israëlische producten en instellingen alsof economische uitsluiting plotseling opnieuw een moreel verheven instrument zou zijn geworden. Tegelijkertijd berichten media wekenlang met een bijna religieuze vervoering over een vloot van schepen vol activisten die zogenaamd op weg zouden zijn om “hulpgoederen” naar Gaza te brengen, terwijl hun werkelijke doel voor iedereen zichtbaar was: confrontatie zoeken met het Israëlische leger, provocatie uitlokken en propagandabeelden produceren voor de avondjournaals.
En zoals zo vaak in tijden van morele verwarring, blijkt de grootste afwezige in het publieke debat niet de emotie, maar de waarheid. Want terwijl talkshows van de publieke omroep, RTL en de gebruikelijke paneltafels avond aan avond gevuld worden met opiniemakers, activisten en beroepsverontwaardigden, wordt het centrale probleem stelselmatig verzwegen. Nauwelijks iemand durft nog hardop uit te spreken wat de kern van het conflict vormt: Hamas weigert zich te ontwapenen. Hamas weigert afstand te doen van zijn macht. Hamas weigert zelfs het bestaansrecht van Israël te erkennen.Dat is de essentie.
Men spreekt eindeloos over “het geweld”, alsof beide partijen verwikkeld zijn geraakt in een tragische maar symmetrische ruzie. Men spreekt over “escalatie”, alsof raketten spontaan uit de hemel vallen en tunnels zichzelf onder ziekenhuizen graven. Men spreekt over “de humanitaire situatie”, maar zwijgt over de organisatie die de bevolking van Gaza al jaren gijzelt onder een regime van intimidatie, religieus fanatisme en gewapende terreur. Zelfs nu, terwijl diplomaten in Caïro, Doha, Ankara en New York bijeenkomen in zalen vol airconditioning en proceduretaal, blijft Hamas openlijk verklaren dat het niet van plan is zich te ontwapenen. Niet morgen. Niet later. Nooit.
De voormalige VN-coördinator Nickolay Mladenov erkende onlangs zelf dat het grootste obstakel voor uitvoering van een staakt-het-vuren bestaat uit “de weigering van Hamas om gecontroleerde ontwapening te accepteren, afstand te doen van zijn dwingende machtspositie en een echte civiele overgang in Gaza toe te staan.” Maar zelfs deze erkenning wordt onmiddellijk weer verstikt onder lagen diplomatiek zelfbedrog. De internationale gemeenschap blijft Hamas behandelen alsof het een lastige politieke partij betreft waarmee men, mits voldoende conferenties, commissies en “gefaseerde uitvoeringsmechanismen”, uiteindelijk wel tot overeenstemming zal komen.
Daarmee bedrijft men geen diplomatie meer, maar georganiseerde ontkenning van de werkelijkheid. Want Hamas is geen normale politieke actor. Hamas is een jihadistische terreurorganisatie waarvan het handvest expliciet verklaart dat Israël vernietigd moet worden. Niet begrensd. Niet bekritiseerd. Vernietigd.
En hier raken wij aan een tweede groteske vertekening die inmiddels het Westerse debat vergiftigt: het misbruik van het woord genocide. Dagelijks wordt Israël van genocide beschuldigd. Studenten scanderen het op universiteiten. Columnisten herhalen het gedachteloos. Presentatoren laten het onweersproken passeren alsof het een neutrale juridische kwalificatie betreft. Maar genocide veronderstelt een doelbewuste intentie tot vernietiging van een volk als volk. Die intentie ontbreekt bij Israël aantoonbaar. Zij staat daarentegen zwart op wit in het handvest van Hamas. Daarin staat letterlijk dat “Israël zal blijven bestaan totdat de islam het vernietigt.” Jihad wordt er verheven tot religieuze plicht. Niet vrede. Niet co-existentie. Vernietiging.
Toch zijn het niet de auteurs van deze vernietigingsdoctrine die in Europa voortdurend onder het vergrootglas liggen, maar de staat die zich daartegen verdedigt. Dat is de morele omkering van onze tijd. Men eist van Israël terughoudendheid tegenover een vijand die zijn eigen bevolking gebruikt als menselijk schild. Men verlangt proportioneel geweld tegenover een beweging die juist inzet op disproportioneel slachtofferschap om de camera’s te bespelen. Men spreekt over “vrede”, terwijl Hamas ieder voorstel afwijst dat zijn militaire macht werkelijk zou beëindigen.
Zelfs de nieuwste internationale routekaarten spreken niet over onmiddellijke ontwapening, maar over “gefaseerde processen”, “wederkerigheid” en “internationale verificatie.” Alsof men onderhandelt over handelsquota in plaats van over een organisatie die op 7 oktober een orgie van moord, verkrachting en ontvoering organiseerde. De waarheid is hard, maar eenvoudig: gewapende islamistische bewegingen verdwijnen niet door resoluties. Zij verdwijnen wanneer zij militair verslagen worden. Dat is de les van de geschiedenis. Dat was de les van ISIS. Dat was de les van Al Qaida. En het is opnieuw de les die het Westen weigert te leren omdat het moderne Europa zichzelf heeft wijsgemaakt dat iedere oorlog uiteindelijk oplosbaar is via dialoog, bemiddeling en conferentietoerisme.
Maar sommige conflicten draaien niet om grenzen of economische belangen. Sommige conflicten draaien om ideologie. Om religieus absolutisme. Om de overtuiging dat de tegenstander niet slechts bestreden, maar vernietigd moet worden. Churchill begreep dat beter dan de meeste hedendaagse leiders. Hij wist dat beschavingen soms geconfronteerd worden met machten waarmee geen duurzaam compromis mogelijk is. Niet omdat men onvoldoende empathisch onderhandelt, maar omdat de tegenpartij het compromis zelf als verraad beschouwt. En precies daarin schuilt de tragedie van het huidige Westen: men beschouwt helderheid inmiddels als extremisme en illusie als beschaving.
Terwijl activisten met vlaggen door Amsterdam marcheren, terwijl presentatoren avond na avond morele verontwaardiging etaleren, terwijl diplomaten nieuwe “roadmaps” ontwerpen die Hamas lachend naast zich neerlegt, graaft Hamas verder. Het herbewapent zich. Het rekruteert nieuwe strijders. Het verstevigt zijn greep op Gaza. En het wacht geduldig op de volgende ronde.
Want Hamas begrijpt iets wat een groot deel van Europa vergeten is: dat een samenleving die de moed verliest om haar vijanden te benoemen uiteindelijk ook de wil verliest om zichzelf te verdedigen.



Weer heel helder geformuleerd op feiten gebaseerd en niet te zien of te horen aan de tafels van vermaak op tv.
" Hamas is geen normale politieke actor. Hamas is een jihadistische terreurorganisatie waarvan het handvest expliciet verklaart dat Israël vernietigd moet worden. Niet begrensd. Niet bekritiseerd. Vernietigd."
Mooi helder verwoord.
Tja wat verwacht je nou van Israël? Gewapende zelfverdediging op zijn minst. Militaire controle natuurlijk ook. Militair reageren op geweld ook.
Voor mij sluit dit ook aan bij het doel van islam, de "religie van de vrede". Islam betekent onderwerping. Van alles en van iedereen. Van infidels, ongelovigen. Dat zie je in alle landen waar zelfbenoemde leiders de macht hebben weten te krijgen. Is het niet met geweld en moord, dan geleidelijk met taqiyya. Zoals in ons westen.
Alweer een zeer duidelijk artikel in een sterke media tegenstroom. Dankuwel.