De morele ondergang van de Church of England
Dit hoofdstuk is gebaseerd op een samenvatting van de indringende analyse van de Britse journaliste en auteur Melanie Phillips. Haar beschrijving van de morele en geestelijke crisis binnen de Church of England vormt het uitgangspunt voor een bredere beschouwing over een kerk die haar historische opdracht steeds verder heeft ingeruild voor politieke ideologie.
Opmerkelijk genoeg is deze controverse in Nederland vrijwel onopgemerkt gebleven. Terwijl het document ‘A Moment of Truth: Faith in a Time of Genocide’ en de behandeling daarvan door de synode van de Church of England in het Verenigd Koninkrijk tot een fel publiek debat hebben geleid, bleef het onderwerp in de Nederlandse pers nagenoeg onbesproken.
De Church of England is bezig aan een ontluisterende afdaling in een geestelijke duisternis. Wat ooit gold als een instituut dat waarheid, geweten en moreel gezag belichaamde, heeft zich ontwikkeld tot een kerk die zich bij uitstek ontvankelijk toont voor eenzijdige propaganda tegen Israël, de Joodse staat en uiteindelijk het Jodendom zelf. De beslissing van de General Synod deze week om zich officieel bezig te houden met het Palestijns-christelijke document A Moment of Truth: Faith in a Time of Genocide, ook bekend als Kairos II, vormt de culminatie van een ontwikkeling die al tientallen jaren gaande is.
Het document beschuldigt Israël van genocide, apartheid en kolonialisme. Het noemt de Joodse staat een koloniale onderneming die op racisme zou zijn gebouwd, presenteert de oorlog in Gaza als de voortzetting van een zionistisch project om Palestina van zijn bevolking te ontdoen en stelt het bestaansrecht van Israël ter discussie. Het spreekt niet over Israël als staat of natie, maar als een ‘entiteit’ — een terminologie die ook door de meest radicale vijanden van Israël wordt gebruikt. De Palestijnen worden voorgesteld als de enige inheemse bevolking van het land; de duizenden jaren oude Joodse verbondenheid met Judea, Jeruzalem en het land Israël wordt uitgewist of verdacht gemaakt.
De General Synod besloot niet formeel ieder woord van Kairos II te onderschrijven, maar wel het document te ‘horen’ en ermee in gesprek te gaan. Dat onderscheid biedt de Church of England een bureaucratisch vijgenblad, maar geen morele vrijspraak. Een kerk die een document vol demonisering, historische verdraaiing en collectieve beschuldiging als een serieuze bijdrage aan het debat aanvaardt, verleent het legitimiteit. Dat de Synode daartoe besloot ondanks ernstige waarschuwingen van opperrabbijn Sir Ephraim Mirvis en andere Joodse leiders, maakt de zaak des te ernstiger. Mirvis noemde de beslissing ‘shameful’ en sprak van een trieste dag voor de Joods-christelijke betrekkingen. De stemming was veelzeggend: onder de bisschoppen waren 25 stemmen vóór, geen enkele tegen en slechts vijf onthoudingen. (churchofengland.org)
De hypocrisie is bijna volmaakt. De Church of England zegt antisemitisme af te wijzen, maar biedt tegelijkertijd een podium aan een tekst waarin het zionisme — de nationale bevrijdingsbeweging van het Joodse volk — wordt voorgesteld als een kwaadaardige, koloniale en genocidale ideologie. Zij beweert de dialoog te dienen door aandacht te schenken aan een document dat zelf oproept tot het mijden van dialoog met ‘zionisten’, waarmee in de praktijk de grote meerderheid van de Joden als paria wordt behandeld. Zij spreekt over nuance, maar aanvaardt als serieus gesprekstuk een tekst waarin het ingewikkeldste conflict ter wereld wordt gereduceerd tot een primitief schema van Palestijnse onschuld en Joodse schuld.
Nog verontrustender is de theologische onderlaag. Dit gaat niet alleen over Gaza, Netanyahu of de grenzen van 1967. Het gaat over de plaats van de Joden in de geschiedenis en de vraag of zij als volk recht hebben op nationale soevereiniteit in hun historische thuisland. Hier verschijnt een oud christelijk spook opnieuw: de vervangingstheologie, of het supersessionisme. Volgens deze leer heeft de christelijke kerk Israël vervangen als het uitverkoren volk; de Bijbelse beloften aan de Joden zijn op de christenen overgegaan en de Joden zelf zijn theologisch overbodig geworden.
Eeuwenlang leverde deze leer de religieuze rechtvaardiging voor Jodenvervolging, gedwongen bekering, uitsluiting en bloedige pogroms. Na Auschwitz leek zij in diskrediet geraakt. De Rooms-Katholieke Kerk confronteerde haar eigen geschiedenis ten minste openlijk in Nostra Aetate uit 1965. Grote delen van het protestantisme deden dat veel minder grondig. De oude theologische vijandigheid verdween niet; zij ging ondergronds en keerde terug in een nieuwe gedaante: niet langer de Jood als Christusmoordenaar, maar de zionist als kolonisator, racist en genocidale onderdrukker.
In de Palestijnse bevrijdingstheologie heeft deze oude christelijke Jodenhaat een moderne politieke taal gevonden. Jezus wordt daarin losgemaakt van zijn Joodse identiteit en tot Palestijn gemaakt. De Palestijnen worden de nieuwe gekruisigden; de Israëli’s worden degenen die hen kruisigen. De Joodse staat wordt niet beoordeeld als een land dat, zoals ieder ander land, goede en slechte regeringen kent en rechtvaardige en onrechtvaardige beslissingen kan nemen. Israël wordt tot een metafysisch kwaad verheven.
De historische absurditeit daarvan is evident. Jezus was een Jood uit Judea. Hij leefde eeuwen vóór het ontstaan van de islam en vóórdat de Romeinen de naam Palestina aan het gebied gaven. Toch hebben Palestijnse leiders en christelijke theologen hem herhaaldelijk voorgesteld als Palestijn, soms zelfs als een soort voorloper van de hedendaagse Palestijnse nationale strijd. Tegelijkertijd wordt de historische verbondenheid van de Joden met het land ontkend, geminimaliseerd of met pseudohistorische theorieën over de Chazaren weggeredeneerd.
De Church of England is geen onschuldige toeschouwer bij deze geschiedvervalsing. Zij heeft haar jarenlang binnen haar eigen kringen laten voortwoekeren. Kerkelijke functionarissen en organisaties hebben Israël stelselmatig voorgesteld als de agressor en de Palestijnen vrijwel uitsluitend als slachtoffers. Israëlische veiligheidsmaatregelen worden beschreven zonder de terreuraanslagen te noemen die eraan voorafgingen. De veiligheidsbarrière wordt een symbool van Israëlische wreedheid, terwijl wordt verzwegen dat zij werd gebouwd nadat bussen, restaurants en winkelcentra door zelfmoordterroristen waren opgeblazen en dat zij het aantal aanslagen drastisch heeft verminderd.
Bethlehem wordt voorgesteld als een christelijke stad die door Israël wordt gewurgd, terwijl de dramatische achteruitgang van de christelijke bevolking onder islamitische en Palestijnse heerschappij grotendeels buiten beeld blijft. De vervolging van christenen in grote delen van de islamitische wereld — van Nigeria tot Syrië, van Irak tot Pakistan — heeft nooit een vergelijkbare obsessie van de Church of England veroorzaakt. Israël daarentegen, het enige land in het Midden-Oosten waar christenen hun geloof vrijelijk kunnen belijden en waar de christelijke bevolking langdurig in absolute aantallen is gegroeid, wordt keer op keer op de kerkelijke beklaagdenbank geplaatst.
Daarin ligt een van de meest onthullende morele ontsporingen. Terwijl christenen worden vermoord, kerken worden verbrand en eeuwenoude christelijke gemeenschappen uit delen van het Midden-Oosten verdwijnen, reserveert een belangrijk deel van de kerkelijke verontwaardiging zijn felste taal voor de enige Joodse staat ter wereld.
Ook de huidige aartsbisschop van Canterbury, Dame Sarah Mullally, ontsnapt niet aan deze kritiek. Haar uitspraak dat Kairos II ‘de pijn en het trauma van het Palestijnse volk weerspiegelt’, ontwijkt de wezenlijke vraag: sinds wanneer maakt het trauma van de ene bevolkingsgroep leugens over een andere bevolkingsgroep aanvaardbaar? Pijn kan worden erkend zonder geschiedvervalsing te legitimeren. Palestijns lijden kan worden betreurd zonder Israël tot demonische macht te verklaren. Mededogen vereist geen intellectuele capitulatie.
Tijdens haar bezoek aan het Heilige Land sprak Mullally over Palestijnen die leven onder bezetting, over controleposten, discriminatie en machteloosheid. Maar waar was de even indringende erkenning van het Palestijnse terrorisme dat juist tot veel van die veiligheidsmaatregelen heeft geleid? Waar was de herinnering aan 7 oktober 2023? Waar waren de vermoorde Israëlische families, de gijzelaars, de verkrachte vrouwen en de afgeslachte bezoekers van een muziekfestival in het morele universum van de kerk?
De Church of England presenteert zichzelf graag als luisterend, inclusief en genuanceerd. Maar selectief luisteren is geen deugd. Wie uitvoerig luistert naar degenen die Israël van genocide beschuldigen, maar de historische ervaringen en existentiële angsten van Joden als hinderlijke complicatie behandelt, bedrijft geen dialoog maar partijdigheid.
Het ernstigste verwijt is daarom niet dat individuele anglicanen kritiek hebben op Israël. Kritiek op iedere regering, ook de Israëlische, is vanzelfsprekend legitiem. Het verwijt is dat de kerk zich steeds opnieuw ontvankelijk toont voor een wereldbeeld waarin alleen de Joodse staat wordt beroofd van historische context, nationale legitimiteit en het recht op zelfverdediging.
Het is dezelfde oude beschuldiging in nieuwe kleren. Eeuwenlang was de Jood de eeuwige schuldige, de vreemdeling, de Christusmoordenaar, degene die buiten Gods genade stond. Nu is Israël de eeuwige schuldige: kolonisator, apartheidsstaat, genocidale entiteit. De woordenschat is veranderd; de structuur van de aanklacht is angstwekkend vertrouwd.
Daarom is de beslissing over Kairos II zoveel meer dan een ongelukkige kerkelijke motie. Zij is het symptoom van een institutionele ziekte. De Church of England heeft haar Joodse wortels verwaarloosd, haar historische schuld onvoldoende verwerkt en zich laten verleiden door een ideologie die oude christelijke vooroordelen verpakt in de hedendaagse taal van antikolonialisme, mensenrechten en bevrijding.
Het meest vernietigende oordeel luidt dan ook dat de kerk, in haar verlangen aan de kant van de onderdrukten te staan, niet langer in staat lijkt te zijn te onderscheiden wie werkelijk wordt onderdrukt, wie werkelijk wordt bedreigd en wie werkelijk uit is op de vernietiging van wie. Zij heeft mededogen verward met goedgelovigheid, activisme met theologie en propaganda met profetie.
Een kerk die ooit pretendeerde het geweten van de natie te zijn, is daarmee zelf onderwerp van een gewetensonderzoek geworden. De vraag is niet langer alleen wat de Church of England over Israël denkt. De vraag is wat haar houding tegenover Israël onthult over de Church of England zelf.
Het antwoord is weinig verheffend. Een instituut dat eeuwen christelijke Jodenhaat achter zich draagt, zou buitengewoon voorzichtig moeten zijn wanneer opnieuw een leerstuk wordt omarmd waarin de Jood wordt losgemaakt van zijn geschiedenis, zijn land en zijn nationale identiteit. In plaats daarvan legitimeert de kerk een document dat precies dat doet.
De tragedie is compleet: terwijl de Church of England meent aan de zijde van gerechtigheid te staan, blaast zij oude vooroordelen nieuw leven in. Terwijl zij beweert vrede te zoeken, legitimeert zij een narratief dat het bestaansrecht van de Joodse staat ondermijnt. Terwijl zij zich beroept op liefde, solidariteit en mededogen, heeft zij geen oog voor de historische echo’s van haar eigen woorden.
De Church of England is niet slechts verdwaald in het Midden-Oostenconflict. Zij is verdwaald in haar eigen geschiedenis. En het meest verontrustende is dat zij dat niet eens lijkt te beseffen.



Ik ken the church of England niet. Aan christelijke geloofsgemeenschappen heb ik een broertje dood. Dat zal voor de ontzuilde kranten net zo zijn. En duidelijk is dat de lobby voor de Palestijnse zaak aka de vernietiging van Israel kennelijk vruchtbare grond vond in de Engelse kerk. Geld zal het smeermiddel wel zijn geweest. Terwijl ze de eersten zullen zijn die onthoofd worden zodra het wereld kalifaat vorm krijgt in Engeland.
https://youtu.be/lcrAlM6yb8E?is=sWiJvsLz7Xon_neT
Volkomen mee eens. Vanuit mijn contacten weet ik dat heel veel christenen deze gang van zaken verafschuwen. De christelijke kerk heeft wat haar houding t.a.v. Joden betreft een slechte reputatie opgebouwd. In elk geval zou ik als ik christen zou zijn geen deel willen uitmaken van de Church of England. Maar iemand die Joods is kan naar mijn mening ook geen lid meer zijn van welke progressieve partij in Nederland dan ook, noch erop stemmen.